Corona lente dagdroom

Corona lente dagdroom

Hebben jullie dat nou ook? Dat het je allemaal niks meer uitmaakt? Of de terrassen nu opengaan of niet, de scholen de leerlingen weer toelaten, dat je weer zomaar een winkel mag binnenlopen? De lamlendigheid wordt er niet door weggenomen. De klanten stonden toch wel tussen de tafeltjes en de stoelen op het terras hun drankjes en eten te nuttigen. De winkels kon je zomaar binnen lopen, er was geen mens. En die scholen? Als je boven de 60 bent houdt dat je niet intens bezig.

“Laten we iets leuks doen”, zeg ik tegen een toevallige buur die even een kop thee komt halen. Zal ik een feestelijk jurkje aantrekken?” “Waarom in vredesnaam”, zegt hij. ”Ik zie je elke dag in deze broek en soms een andere trui, waarom zou je voor mij een feestjurk aantrekken?” Tja…. als je zóó begint,….het hoeft al niet meer. Dan nog maar een kopje thee. Of misschien een glas wijn? Het is half vijf, dan mag het toch wel? Maar nee, hij moet er weer vandoor, om vijf uur nog een online meeting.

Niets mee te beginnen, geen vaart in te krijgen. Verzin iets leuks. Hoe dan? Waar dan? Het Spa water is op. Even naar de AH. Mondkapje in de auto laten liggen. Weer terug voor mondkapje. Het karretje dat ik bij de ingang had laten staan is door een ander meegenomen. Weer naar buiten, karretjes op. Ik stort me op een jongen die naar buiten komt: “mag ik jouw karretje?” “Mens, doe niet zo zenuwachtig”, zegt hij nurks,: “hier, daar heb je mijn kar, OK?”  Boos loopt hij weg. Tussen het vak met de tomaten en het vak met de aardbeien en frambozen staan twee oudere mannen ruzie te maken. “Ik had die laatste doos eerder”, roept de één terwijl de ander een doos aardbeien met twee handen stevig vast houdt. Een vakkenvuller komt tussen beiden.  Een jonge jongen nog, maar hij doet het slim. “Zal ik de inhoud over twee dozen verdelen?” vraagt hij vriendelijk. Dat is de oplossing. De knul doet keurig ongeveer de helft van de aardbeien in een lege doos, schrijft de helft van de prijs erop en geeft die aan één van de oudere heren. “Ik ben daar gek, ik ga niet de volle mep betalen”, roept nummer twee. “Meneer, ik kan niet alles tegelijk” en hij schrijft ook op de doos van meneer twee de helft van de prijs. “Mevrouw, wilt u wel bij uw wagentje blijven”, hoor ik iemand achter me roepen. Wat is dat nu weer? Iedereen blijft toch bij zijn wagentje? Maar het is tegen mij gezegd. Mijn kar staat naast de tomaten en ik sta een halve meter verderop bij de aardbeien. En ik denk: “Nou, nou, even Spa rood halen, ik ben nog maar bij de ingang”. Ik bemachtig de vier laatste flessen. Na nog een aanvaring met een blèrend kind: “snik, snik, van mijn mamma mag ik geen chocola en ik wil deze, mag ik hem van jou?” sta ik  in de rij en probeer de moeder uit te leggen dat het kind best die chocola van mij mag, maar dat dit waarschijnlijk niet door mama gewenst wordt. “Nee, tuurlijk niet”, snauwt de vrouw, “dat zou je bij je eigen kind toch ook niet willen.”

Moedeloos tuf ik naar huis.

Het is half zes. Wat ga ik nu eens doen? In de ijskast staat een aangebroken fles rosé. Ik schenk een glas vol. Trek een pak zoutjes open, pak de krant en ga in het zonnetje zitten. Wat ligt het grasveld er mooi bij. Goed van de tuinman om kunstmest te strooien. Slecht voor het milieu, maar je krijgt een veel mooiere kleur groen dan van koe korrels. Ik neem een slok wijn, knabbel een zoutje. Vrede daalt neer. Hoezo, leuke dingen doen?

Ik zit in mijn tuin en geniet. Vanuit mijn stoel kijk ik over het zonovergoten gazon en ik denk, stilletjes, dit is een perfecte lenteavond.

Leave a Reply